De dwangneurose nader bekeken

Regelmatig duikt de dwangneurose op in nieuws of documentaires. Er is in Nederland een klein percentage dat aan deze aandoening lijdt. Bij dwangneurose is het hoofd nooit rustig. Er is een constante angst voor wat er misgaat.
 

Controledwang

Angst door nalatigheid komt bij de dwangneurose met grote regelmaat voor. Iemand kan bijvoorbeeld minutenlang blijven controleren of hij de voordeur wel op slot heeft gedaan. Dit gebeurt bij het verlaten van het huis. Daarnaast kan men binnenhuis ook steeds controleren of de deur wel dicht is, bijvoorbeeld voor het slapen gaan. Men noemt dit ook wel controledwang.

Een ander voorbeeld van controledwang is het constant controleren van de gaskranen in huis. Uiteindelijk is men bang een ramp te veroorzaken. Denk aan een gaslek of inbraak door het niet goed afsluiten van de voordeur. Controleren gaat vaak gepaard met tellen en herhalen van de handelingen. Klik hier voor meer informatie over controledwang.
 

Teldwang

Tellen komt bij de dwangneurose veelvuldig voor. Men telt bijvoorbeeld het aantal treden van de trap die men oploopt en moet terug en opnieuw de trap op wanneer men vergeet te tellen. Dit noemt men teldwang.
 

Verzameldwang

Verzameldwang is een andere vorm van dwang. Men durft bijvoorbeeld oude kranten niet weg te gooien uit angst om belangrijke of onmisbare informatie weg te gooien. Je ziet soms ook dat men soms bang is dat er belangrijke brieven tussen een opgevouwen krant zitten, waardoor men de krant niet durft weg te gooien.
 

Smetvrees

Smetvrees is een vrij bekende vorm van de dwangneurose. Men heeft hierbij de angst om besmet te raken. Hierbij wast men de spullen in huis vaak en grondig. Ook durf men objecten van anderen soms niet aan te raken, uit angst voor besmetting.
 

Dwangneurose en de behandeling

Gelukkig is er bij de pschiatrische afdelingen veel bekend over de dwangneurose en worden er behandelingen aangeboden. Een mogelijkheid voor behandeling is cognitieve gedragstherapie. Dit is meestal in de vorm van exposure en responspreventie. Daarbij maak je een angsthiërarchie waarin je de angstwekkende situaties ordent van het minst eng naar het meest eng. Het idee is dat je de beschreven situaties ondergaat zonder dwangrituelen uit te voeren. Na zo’n 10 tot 20 weken wordt er geëvalueerd. Er wordt gekeken wat de vooruit gang is.

Sommige behandelingen zijn gebaseerd op medicijnen. Met name wanneer er ook sprake is van depressieve klachten. Het nadeel van medicijnen is dat de angstklachten terug kunnen keren wanneer je stopt met medicijnen. Een behandeling met medicijnen kan het overwegen waard zijn wanneer exposure en responspreventie niet voldoende werkt of wanneer je de situaties bij cognitieve gedragstherapie niet wilt ondergaan.

Comments are closed.